Op 14 december, drie dagen voor de EU-deadline van 17 december, kregen wij bericht dat de Nederlandse regering een aangepast voorstel heeft ingediend bij de Tweede Kamer. In tegenstelling tot Zweden, Denemarken en Portugal heeft Nederland de deadline van 17 december dus niet gehaald. De aanpassingen zijn het gevolg van de kritiek uit de Tweede Kamer, zoals ingediend op 4 oktober. In de toelichting wordt aangegeven dat de regering, daartoe aangespoord door de Europese Commissie, de wet zo snel mogelijk wenst in te voeren. De evaluatie van de Wet Huis voor Klokkenluiders wordt dus niet meegenomen en ook verder zijn de meeste aanpassingen marginaal te noemen.
Wel belangrijk is het volgende.
Gang naar de kantonrechter mogelijk
Eerder gaven wij aan dat er aan werkgevers, die geen of een slechte meldregeling hebben, geen boete opgelegd kan worden. Wij pleitten voor bevoegdheden van het Huis voor klokkenluiders hieromtrent. De regering heeft echter voor een andere route gekozen. In de nieuwe ontwerpwet staat dat iedere belanghebbende werknemer naar de kantonrechter kan stappen met het verzoek dat de werkgever binnen een bepaalde termijn een meldprocedure vaststelt, die voldoet aan de wettelijke eisen. Het is belangrijk dat u het niet zo ver laat komen en tijdig een goede meldregeling uitrolt. Wilt u meer weten over hoe u dit kunt doen? Bekijk alvast ons artikel over 7 tips voor een goede meldregeling.
Medewerkers moeten stemmen als er geen OR is
Daarnaast is er nóg een belangrijke aanvulling. Bij organisaties die een ondernemingsraad (OR) hebben, heeft de OR een instemmingsrecht met betrekking tot de meldregeling. Echter, als er geen verplichting is tot het hebben van een OR, dan is de instemming vereist is van meer dan de helft van de medewerkers. Tenzij de procedure inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). Dit zal voor heel wat werkgevers die vallen onder de Wft of Wwft het geval zijn: ook als zij minder dan 50 medewerkers hebben, moeten zij toch voldoen aan de Wet bescherming klokkenluiders.
Ook bescherming bij melden van vermoeden van (gevaar voor) een misstand
Volgens de EU Richtlijn mag niet alleen een vermoeden van een inbreuk op de EU-wetgeving gemeld worden, maar ook een vermoeden van gevaar voor een inbreuk. In het vorige wetsvoorstel gold dit niet voor de maatschappelijke misstand. Dit wordt door de regering nu recht getrokken: ook een vermoeden van of gevaar voor een misstand kan gemeld worden.
Zwijgbeding voor meldingen nietig
Verder bevat het nieuwe ontwerp nog een extra artikel over zogenaamde ‘zwijgbedingen’. Als er in de toekomst nog een zwijgbeding wordt opgenomen mb.t. het melden van een vermoeden van een maatschappelijke misstand of een inbreuk op het Unierecht, dan is dit beding nietig. Tenzij het beding dient ter uitvoering van een wettelijk voorschrift. Dit volgde min of meer al uit de Europese Richtlijn, maar is nu dus ook expliciet opgenomen in de Nederlandse wet.
Bereid u voor op de nieuwe wetgeving
Hoewel de mogelijkheid om naar de kantonrechter te stappen om een goede meldregeling af te dwingen belangrijk is, heeft de Minister dus verder niet veel gedaan met onze aanbevelingen voor de Wet bescherming klokkenluiders. Het woord is nu aan de Tweede Kamer. Na de procedurevergadering op 13 januari zullen we weten wanneer de Kamer het wetsvoorstel gaat behandelen. Daarna dient ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel nog goed te keuren. Mogelijk wordt daarbij een overgangstermijn vastgesteld voor het voldoen aan de wet. Zweden en Portugal hebben dit bijvoorbeeld ook gedaan. Het zal dus nog wel een paar maanden duren voordat private organisaties moeten voldoen aan de Wet bescherming klokkenluiders. Maar als u tot nu nog niets gedaan hebt, dan zult u die tijd hard nodig hebben. Bereid u alvast goed voor met onze 7 tips voor een goede meldregeling.
Voor publieke organisaties geldt verder dat de Europese Richtlijn een directe werking kent; zij moeten nu al aan de EU-Richtlijn voldoen.



