Na de verhalen in de media over misstanden bij Studio Sport heeft Mariëtte Hamer, de regeringscommissaris seksueel overschrijdend gedrag, advies uitgebracht over een meldpunt in de cultuur- en mediasector. Eigenaardig genoeg wordt de Wet bescherming klokkenluiders daarbij volledig over het hoofd gezien.

Op 10 maart verscheen er een artikel in De Volkskrant over pesterijen, seksisme en buitensluiten op de redactie van Studio Sport. Op dezelfde dag berichtte ook NRC hierover. Met name vrouwen moesten het ontgelden, maar ook medewerkers met een migratie-achtergrond. Presentator Tom Egbers werd hierbij genoemd als één van de daders. Staatssecretaris van Cultuur en Media Uslu heeft vervolgens aan Mariëtte Hamer, de regeringscommissaris seksueel overschrijdend gedrag, gevraagd om snel advies over een meldpunt voor ongewenst gedrag in de cultuur- en mediasector uit te brengen. Op dit moment vervult Mores deze rol. De onafhankelijkheid van Mores werd echter in twijfel getrokken, aangezien de echtgenote van presentator Tom Egbers hier de voorzitter van was. Inmiddels is zij opgestapt en niet lang daarna ook de rest van het bestuur.

Eigenlijk was dit een eigenaardige vraag van de staatsecretaris. De Nederlandse Publieke Omroep is sinds 18 februari namelijk al wettelijk verplicht om een onafhankelijk meldpunt te hebben waar misstanden gemeld kunnen worden. En die meldingen moet vervolgens door onafhankelijke personen opgevolgd worden. Dit volgt uit de Wet bescherming klokkenluiders.

Inmiddels heeft Hamer haar advies uitgebracht. Maar daarin komt de Wet bescherming klokkenluiders niet ter sprake. In haar advies geeft Hamer nog eens aan dat in de cultuur- en creatieve sector verschillende risicofactoren aanwezig zijn op de werkvloer, zoals scheve machtsverhoudingen, onzekere dienstverbanden en een concurrentie-, prestatie- of zwijgcultuur of combinaties daarvan. Zij gaat vervolgens dieper in op de rol van Mores.

De kernactiviteit van Mores is het aanbieden van een meldpunt voor melders die te maken hebben (gehad) met grensoverschrijdend gedrag in de cultuur-, creatieve- en mediasector. De meldingen worden in behandeling genomen door bureau De Vertrouwenspersoon, die werkt met een vaste groep freelance vertrouwenspersonen. Zij bieden een luisterend oor en helpen hen om de juiste kanalen te vinden. Dit lijkt ons inderdaad de rol van de vertrouwenspersoon.

Mores handelt zelf dus geen klachten af en doet ook geen onderzoek; zij ondersteunt alleen de melders. De vertrouwenspersonen communiceren hierover niet met het bestuur van Mores. Wel krijgt het bestuur eens per kwartaal een geanonimiseerd verslag. Dit heeft als doel om de sector te adviseren en bewustzijn te creëren. Zo worden er wel workshops en presentaties gegeven door de vertrouwenspersonen. Hamer geeft aan dat Mores een toevluchtsoptie is voor melders die nergens anders heen konden. In principe ligt de verantwoordelijkheid voor vertrouwenspersonen namelijk bij de werkgevers in sector. Dat lijkt ons een terechte constatering.

Het rapport geef aan dat al ruim vóór het opstappen van het bestuur in maart 2023 er onduidelijkheid bestond over de rol en de taken van het bestuur in de sector. Zo is aangegeven dat het meldpunt de schijn tegen heeft als het gaat om de onafhankelijkheid, onder meer omdat de sector (deels) de financiering verzorgt, alle bestuursleden uit de sector komen en veel mensen in de sector elkaar kennen. Ook zou het bestuur een defensieve houding hebben gehad rond zorgpunten als diversiteit en inclusie en de toegankelijkheid en bereikbaarheid van Mores. Verder was er behoefte aan een structurele, periodieke terugkoppeling van de meldingen om een beeld te krijgen van de problemen.

Waar naar aanleiding van #MeToo in 2018 een betrokken groep van vertegenwoordigers van producenten en makers uit de sector is opgestaan om Mores op te richten, is nu een verdere professionalisering van Mores nodig, ook op het terrein van de governance, zeker gezien de snelle toename van het aantal aangesloten clusters van organisaties en de aanhoudende stroom aan meldingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de sector. Deze professionaliseringsslag kan, volgens Hamer, niet langer wachten.

De aanbevelingen volgen logisch uit de constateringen:

  • Leg de rol en de taak van het bestuur vast; verhelder de scheidslijn tussen de werkzaamheden van het bestuur en de vertrouwenspersonen.
  • Zoek nieuwe bestuursleden die benoemd worden op basis van hun deskundigheid en niet meer de vertegenwoordigers zijn van de werkgevers
  • Groei toe naar een model met een Raad van Toezicht, een bestuur en een directeur met een organisatie, die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken.
  • Stel een Raad van Avies in uit de aangesloten clusters om zo het bestuur en directie te adviseren op basis van kennis en ervaring van de sectoren.
  • Verbeter het toezicht op de deskundigheid en aansturing van de vertrouwenspersonen.
  • Communiceer beter met de aangesloten organisaties en denk verder na over de ondersteunende en faciliterende rol van Mores.
  • Besteed aandacht aan de (telefonische) bereikbaarheid van de vertrouwenspersonen.
  • Overweeg een structurele verankering van sectorale en subsectorale klachtenprocedures opdat meldingen en klachten ook daadwerkelijk opvolging krijgen binnen organisaties die voor de afhandeling verantwoordelijk zijn. Dit dienen de werkgevers en hun branche-organisaties te organiseren.
  • Onderzoek een bestendige financiering van Mores, gezien de toenemende werklast en opschaling.
  • Zoek samenwerking met andere meldpunten in andere sectoren, waaronder de sportsector.

Tot zover lijkt ons dit een solide advies. Bijzonder is echter dat het advies geheel voorbijgaat aan de ontwikkelingen als gevolg van de Wet bescherming klokkenluiders. Immers, alle werkgevers met 50 medewerkers of meer dienen in de loop van 2023 sowieso al een onafhankelijk meld- en opvolgpunt voor misstanden in te richten. Dus waarom is er dan nog een meldpunt voor de branche nodig? Voor de kleinere werkgevers wellicht? Hier gaat het advies in het geheel niet op in.

Wellicht komt dit doordat de Wet bescherming klokkenluiders nog niet zo op de radar staat bij veel organisaties of omdat de link naar ongewenst gedrag niet wordt gelegd. Een probleem is dat op voorhand niet duidelijk is voor een individuele melder of de gebeurtenissen onder de definitie van een misstand vallen. Dat lijkt bij Studio Sport nu uiteindelijk wel het geval te zijn. Immers, er is hier sprake van een patroon van handelingen en nalatigheden die meerdere personen hebben geraakt en die een gevaar opleveren voor de veiligheid van deze personen.

Echter, je ziet het patroon pas als je meldingen van meerdere medewerkers ontvangt. Eén individuele melding over ongewenst gedrag wordt momenteel niet gezien als de melding van een misstand. Individuele melders weten dus niet of zij beschermd zijn tegen vergelding en zullen daarom hun mond houden. Ons advies aan werkgevers is dan ook om één meldpunt in te richten voor alle schendingen van de wet- en regelgeving, interne regels en ongewenst gedrag. Op die manier worden patronen zichtbaar. En de wetgever adviseren wij om de definitie van een misstand te verbreden. Dan weet iedereen waar deze aan toe is.

En de NPO moet natuurlijk haast maken met het instellen van zo’n meldpunt; het lijkt erop dat ze op dit moment niet aan de wet voldoen. Ze zijn niet de enige, trouwens. Dit advies van de regeringscommissaris helpt daar niet bij.

Meer weten over hoe de Wet bescherming klokkenluiders ook van toepassing is bij het melden van ongewenst gedrag? Volg dan onze cursus of vraag onze whitepaper aan.

Neem contact op

Zoekt u nog een integriteitscoördinator? Neem dan contact met ons op.