Op 3 december 2024 organiseerde de vaste Tweede Kamer commissie voor Binnenlandse Zaken een debat met minister Uitermark (van NSC) over de stand van zaken met betrekking tot de Wet bescherming klokkenluiders. Daarbij kwam ook de toezichthoudende taak van het Huis voor Klokkenluiders aan de orde en de bevoegdheid van het Huis om sancties uit te delen. Vanuit het buitenland weten wij dat werkgevers de verplichting om correcte klokkenluiderprocedures in te richten een stuk serieuzer nemen, als er stevige sancties staan op niet-naleving, zoals dat bijvoorbeeld in Spanje het geval is.
Meer dan twee jaar geleden, in december 2022, heeft de Tweede Kamer de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) unaniem aangenomen. Het parlement nam daarbij twee belangrijke amendementen aan. Zo worden werkgevers verplicht om anonieme meldkanalen in te richten. Daarnaast kreeg het Huis voor Klokkenluiders een toezichthoudende rol toebedeeld en de bevoegdheid om sancties op te leggen.
De Wbk is in februari 2023 in werking getreden, met uitzondering van deze twee amendementen. Volgens de minister was dat namelijk niet nodig om te voldoen aan de EU-richtlijn ter bescherming van klokkenluiders. Dat was een eigenaardig standpunt, want de EU-richtlijn legt de lidstaten de verplichting op om afschrikwekkende sancties op niet-naleving vast te stellen. Nu staan er wel geldboetes en een maximale celstraf van een jaar op het onthullen van de identiteit van de klokkenluider. Het is echter onze ervaring dat veel werkgevers nog niet veel haast maken met het opzetten van meldprocedures, die aan de wettelijke eisen voldoen.
Begin 2023 gaf de minister aan dat ze nog wat langer wilde studeren op de twee amendementen. Inmiddels zijn we bijna twee jaar verder. Ondertussen is er, in opdracht van het ministerie, wel een wetenschappelijk juridisch rapport verschenen van Pro Facto.
Pro Facto concludeerde begin 2024 dat van de drie onderdelen waarop het Huis werkgevers zou mogen sanctioneren er één juridisch niet haalbaar was: werkgevers sanctioneren die aanbevelingen van de afdeling Onderzoek niet opvolgen. Dit omdat aanbevelingen geen verplichtingen zijn. De andere punten zijn het opleggen van sancties bij benadeling van een klokkenluider en het niet hebben van een klokkenluiderprocedure.
SP-Kamerlid Van Nispen vroeg de minister om de laatste twee punten (die juridisch wel haalbaar zijn) alvast via een Algemene Maatregel van Bestuur in te voeren. De minister neemt dit in overweging.
Tijdens het debat gaf de minister verder aan: “Het amendement stelt dat die taak (sancties uitgeven) erbij moet komen; dat is gewoon een politiek gegeven. De vraag is nu hoe, op welk moment en op welke wijze we dat dan zo inrichten. Daar zijn we nu echt op aan het verkennen. Voor mij is het belangrijk dat het huis een stevige positie heeft en dat we het huis niet overvragen, maar dat het huis wel voldoende tanden heeft en houdt.”
Daarom begint het ministerie dit voorjaar met een wetvoorstel op basis van het juridisch advies over de houdbaarheid van de sanctiebevoegdheid. De minister schat in dat het vervolgens nog één tot twee jaar zal duren voordat het hele traject tot en met de Eerste Kamer rond is.
Het Huis voor Klokkenluiders heeft hier enthousiast op gereageerd.
Minister Uitermark beloofde verder om in het voorjaar van 2025 met een brief te komen waarin ze een toelichting geeft op bovenstaande punten, plus de andere besproken zaken, zoals anoniem melden, de juridische en psychosociale bijstand aan klokkenluiders, een fonds voor klokkenluiders, het verbod op het afluisteren van gesprekken met het Huis, de andere voorstellen uit de initiatiefnota van Pieter Omtzigt en een publiekscampagne over een open werkcultuur. De minister heeft de indruk dat met de huidige campagne de koplopers zijn bereikt, maar dat er nu meer focus moet komen op de rest. Dat is overigens ook onze indruk. De minister gaat daarom de publiekscampagne verlengen en verbreden.
De evaluatie van de Wbk staat gepland voor 2026, en de voorbereidingen voor een vervolgwetvoorstel zijn gaande.
In het hoofdlijnenakkoord, de basis waarop het huidige kabinet is gevormd, staat vermeld dat “de bescherming van klokkenluiders wordt versterkt”. Vermoedelijk heeft NSC er op aangedrongen dat dit werd opgenomen. Daarom hopen wij dat de huidige minister van Binnenlandse Zaken, die door NSC is afgevaardigd in het kabinet, vaart maakt met dit dossier. Vooralsnog lijkt het er echter op dat de ambtelijke molens langzaam draaien.
Meer weten over de Wet bescherming klokkenluiders? Volg dan onze cursus. Om op de hoogte te blijven van alle ontwikkelingen kun je een abonnement op onze gratis nieuwsbrief nemen.



