In het voorjaar verscheen een rapport waarin de klokkenluiderbescherming in Nederland vergeleken wordt met de situatie in de andere EU-landen. Tussen de 27 lidstaten behaalde Nederland een teleurstellende gedeelde 21e plaats.

Eerder dit jaar onderzochten het Whistleblowing International Network (WIN) en het Government Accountability Project (GAP) gezamenlijk de bescherming van klokkenluiders in de lidstaten van de EU. Op basis van 20 ‘best practices’ is er een vergelijking gemaakt tussen de landen. Met kijkt daarbij onder andere naar fundamentele mensenrechten, internationale standaarden en de transpositie van de EU-richtlijn.

Als er voldaan wordt aan zo’n ‘best practice’, dan wordt er een vol punt toegekend. Er kan ook een half punt worden gegeven. In totaal kan een land dus 20 punten scoren.

Verrassende koplopers waren Cyprus en Roemenië, elk met 18 punten, op de voet gevolgd door België en Bulgarije. Nederland scoorde met 12 punten een beschamende 21e plaats, gedeeld met Oostenrijk. Helemaal onderaan bungelden Denemarken en Duitsland met respectievelijk 10,5 en 10 punten. Geen enkele lidstaat behaalde de volle 20 punten.

Nederland scoort goed op een aantal factoren, zoals op de uitbreiding van de reikwijdte van de bescherming. Deze is ten opzichte van andere landen inderdaad behoorlijk breed. Dit is helaas nog niet tot alle Nederlandse werkgevers doorgedrongen.

De auteurs kennen Nederland nul punten toe op de volgende onderdelen:

  • Recht op een ‘gratis zitting’ in de rechtbank voor personen die zich geen juridische bijstand kunnen veroorloven, waarbij getuigen en de wederpartij gehoord kunnen worden, binnen een redelijke termijn en met de mogelijkheid tot hoger beroep.
  • In het geval van benadeling moet de werkgever aantonen dat deze op geen enkele manier verband houdt met de melding. In Nederland is dit inderdaad wat zwakker geformuleerd en worden melders soms op basis van andere factoren, zoals een verstoorde arbeidsverhouding, alsnog ontslagen.
  • De melder heeft het recht om volledig gecompenseerd te worden voor alle directe, indirecte en toekomstige gevolgen van de benadeling. In de praktijk zien wij dit inderdaad nog niet gebeuren.
  • De autoriteiten dienen tussentijdse maatregelen te nemen (interim relief) om de melder te beschermen tijdens de procedure. Zolang het Huis voor Klokkenluiders nog geen handhavende en sanctionerende bevoegdheden heeft, is dit in Nederland inderdaad nog niet geregeld.
  • Personen die verantwoordelijk zijn voor de benadeling dienen hiervoor aansprakelijk gesteld te worden. Deze mogelijkheid bestaat volgens ons op zich wel binnen de Nederlandse wet; het is tot nu toe bij ons weten echter nog nooit gebeurd.

Sinds het onderzoek is gepubliceerd hebben wij met een aantal van onze internationale contacten gesproken over de uitslag. Daarbij kwam nog wel eens ter sprake dat het vaststellen van wetgeving nog niet betekent dat deze in de praktijk ook wordt gehandhaafd. Dus of Cyprus en Roemenië in de praktijk nu echt zo goed scoren? We horen graag wat u ervan vindt.

Neem contact op

Zoekt u nog een integriteitscoördinator? Neem dan contact met ons op.