Published On: 31/10/2022

Volgens planning stemt de Tweede Kamer op 15 november over de Wet bescherming klokkenluiders. Waarschijnlijk wordt het wetsvoorstel dan nog vóór de Kerst in de Eerste Kamer behandeld, waarna de wet op 1 januari 2023 kan ingaan. Er zijn echter nog wel wat discussiepunten.

Het kan allemaal nog wat langer duren, maar nu de Europese Commissie Nederland voor het Europese Hof van Justitie dreigt te slepen vanwege de te late implementatie van de Europese richtlijn ter bescherming van klokkenluiders, heeft de regering haast met deze implementatie. Dit had uiterlijk 17 december 2021 al afgerond moeten zijn.

Op 6 oktober jl. vond er een rondetafelgesprek plaats in de Tweede Kamer. Uitgenodigd waren twee wetenschappers, het Huis voor Klokkenluiders, Transparency International Nederland en de FNV. Sindsdien heeft ook de Raad van State zijn licht laten schijnen over het tweede gewijzigde wetsvoorstel.

Op 19 oktober heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken vervolgens een nader verslag uitgebracht naar de minister. Hierin maken de verschillende fracties opmerkingen bij het wetsvoorstel en stellen zij vragen aan de minister. Op 31 oktober heeft de minister hierop gereageerd en meteen ook een derde nota van wijziging ingediend. Dit zijn de belangrijkste veranderingen en discussiepunten.

Moet het maatschappelijk belang in het geding zijn?

In het wetsvoorstel wordt er bescherming geboden aan melders die misstanden rapporteren waarbij er sprake is van een maatschappelijk belang. Maar wanneer is hier sprake van? Op verzoek van enkele fracties worden de criteria nu vastgelegd in de wet in plaats van in de memorie van toelichting. Een aantal partijen zou echter graag zien dat dit criterium helemaal wordt verwijderd. Het is immers voor een klokkenluider lastig te bepalen wanneer er wel of niet sprake is van een maatschappelijk belang. Transparency International gaf bovendien aan dat melders van sommige vormen van corruptie of van seksuele intimidatie dan niet beschermd zouden zijn. Dat zijn toch ook misstanden? En werkt dit voorstel geen rechtsongelijkheid in de hand? Stel bijvoorbeeld dat een manager een geheime relatie heeft met een onderschikte en deze ondergeschikte vervolgens bevoordeelt door hem of haar een promotie te geven. Een klokkenluider die hier melding van maakt zou dan niet beschermd worden. Tenzij dit binnen de rechterlijke macht zou gebeuren, want dan is het maatschappelijk belang wel in het geding. Gelijke gevallen zouden dan niet gelijk behandeld worden.

Wettelijke basis voor interne regels

Volgens het laatste wetsvoorstel worden melders die een overtreding van de interne regels van de organisatie aankaarten ook beschermd. Echter, volgens de toelichting moet er dan wel een wettelijke basis zijn voor deze interne regels. De Afdeling advisering van de Raad van State is het daarmee eens. Op advies van de Raad van State wordt deze aanvulling nu ook in de wet vastgelegd.

De FNV vindt dit maar een vreemde aanvullende bepaling. Dat vinden wij van De Integriteitscoördinator ook. Immers, overtredingen van Europese en nationale wetgeving kunnen sowieso al gemeld worden.  Veel organisaties nodigen hun medewerkers ook nu al uit om elke overtreding van de gedragscode te melden en beloven in dat geval geen vergeldingsmaatregelen te nemen. Wij zien dat als een ‘good practice’.

In de laatste toelichting wordt nu echter duidelijker vastgelegd dat het hier gaat om voorschriften of gedragscodes, die voldoende duidelijk en concreet zijn en via een overeenkomst van toepassing zijn verklaard, bijvoorbeeld door verwijzing naar de code in het arbeidscontract. Het gaat dan echter niet om open normen, zoals hoe men zich dient te gedragen bij het gebruik van sociale media.

Financiële en psychosociale ondersteuning

Veel fracties hebben vragen rond de financiële en psychosociale ondersteuning van melders. De minister heeft eerder aangegeven dat hier momenteel mee geëxperimenteerd wordt, en dat zij liever de evaluatie hiervan afwacht. Meerdere fracties zouden dat graag sneller en beter geregeld zien of vragen de minister een termijn te noemen waarop ze hierop terugkomt. Immers, de Europese richtlijn stelt in artikel 20 ook dat melders ondersteund moeten worden. In haar laatste reactie gaat de minister hier niet verder op in.

Het ontbreken van sanctiemogelijkheden

Volgens artikel 23 van de Europese richtlijn dienen er doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties te staan op het benadelen van klokkenluiders, het verhinderen van een melding of het bekendmaken van de identiteit van de melder. Dat geldt overigens ook voor melders die bewust onjuiste informatie melden of openbaar maken. Het Nederlandse wetsvoorstel voorziet hier nog niet in. Hier voldoet het Nederlandse wetsvoorstel dus nog niet aan de Europese richtlijn.

Aanvullend hierop geeft een aantal partijen aan dat de boetes eventueel in een fonds voor de ondersteuning naar klokkenluiders kunnen vloeien. Zo kan het fonds zichzelf bedruipen.

In het nader verslag geeft D66 ook aan dat, volgens de wetenschapstoets, het wetsvoorstel wel voldoet aan de letter maar niet aan de geest van de richtlijn. Dit is een typisch voorbeeld daarvan.

Andere punten waarop het wetsvoorstel niet voldoet aan de richtlijn

Het lid Omtzigt kaart verder nog aan dat er in het Nederlandse wetsvoorstel niets staat over de beveiliging van de meldkanalen, waar niet-gemachtigde personen geen toegang toe hebben. De Europese richtlijn schrijft dit wel voor. Omtzigt geeft aan dat dit ook externe meldplatformen kunnen zijn. De minister heeft niet gereageerd op dit punt.

Verder geeft Omtzigt aan dat, volgens de Europese richtlijn, meldingen opgevolgd dienen te worden door een onafhankelijke partij. In het Nederlandse wetsvoorstel staat dat in de procedure moet worden vastgesteld bij welke daartoe aangewezen onafhankelijke functionaris(sen) het vermoeden van een misstand kan worden gemeld en welke functionarissen zorgvuldige opvolging kunnen geven aan die melding. Betekent dit dat de ontvanger van de melding dus onafhankelijk moet zijn, maar dat dit niet geldt voor de opvolger van de melding? Omtzigt constateert dat als dit het geval is, dit zou betekenen dat het voorstel niet in lijn is met de EU-Richtlijn.

Dit was ons eerder al eens opgevallen. Inmiddels hebben we echter een aantal modelregelingen uit de publieke sector gezien, die met name op dit punt duidelijk in strijd zijn met de Europese richtlijn maar voldeden aan de Nederlandse ontwerpwet. Daarom hebben we hier een tweede artikel over geschreven.

De minister heeft hier wel op gereageerd door in het wetsvoorstel op te nemen dat niet alleen het meldpunt onafhankelijk dient te zien, maar dat ook de opvolging door onafhankelijke functionarissen dient te gebeuren.

Het lid Omtzigt onderstreept nog eens dat de rijksoverheid de afgelopen jaren bizar weinig klokkenluiders heeft geregistreerd. Volgens de jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2021 zijn er in de jaren 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021 respectievelijk 1, 2, 3, 0 en 0 misstanden gemeld volgens de klokkenluidersregeling. Hoe kan dat toch? Hij is zelf bekend met meer klokkenluiderzaken bij de rijksoverheid in deze jaren.

D66 lijkt ook niet erg tevreden met het aantal klokkenluiders en vraagt zich af hoe we er voor kunnen zorgen dat melders eerder bereid zijn om te melden. Dit zijn terechte vragen. Volgens ons komt dit deels door de beperkte definitie van een misstand, waarbij het maatschappelijk belang in het geding moet zijn. Mede hierdoor werden vele klokkenluiders niet als zodanig erkend. Of wellicht werden hun meldingen niet als zodanig herkend en geregistreerd. Daarom kunnen wij de betrokken ambtenaren aanraden een cursus bij ons te volgen, waarin we uitgebreid stilstaan bij de ‘good practices’. Onlangs hebben we de eerste cursus gegeven specifiek voor organisaties in de publieke sector.

Neem contact op

Zoekt u nog een integriteitscoördinator? Neem dan contact met ons op.

Contact